Zoeken

Bijnieren en cortisol

Om met langdurige, chronische stress om te kunnen gaan gebruikt het lichaam voornamelijk het stresshormoon cortisol. Cortisol is een stof die het lichaam maakt in de buitenste laag (bijnierschors) van de bijnieren. Vanuit Acetyl-Coenzym-A wordt cholesterol gevormd, daaruit wordt pregnenolon gemaakt, dat wordt vervolgens omgezet in progesteron, en uiteindelijk worden daar dan de glucocorticoïden, waaronder cortisol uit gemaakt.

Functies van cortisol zijn:

  • Reguleert de bloedsuikerspiegel

  • Werkt ontstekingsremmend

  • Onderdrukt de werking van het immuunsysteem

  • Reguleert de bloeddruk

  • Versterkt de werking van het hart

  • Zorgt ervoor dat je ’s morgens wakker wordt

  • Maakt je alert en gefocust

  • Zet je in beweging, op zoek naar oplossingen

  • Maakt je sensitiever

Cortisol en de bloedglucosestofwisseling

Bij een te hoge glucose inname zal cortisol insulineresistentie initiëren. Daarmee kan de insuline niet meer aanhechten aan zijn receptor, waardoor de glucose niet meer de spiercel in kan. De glucose zal dan wel in vetcellen kunnen worden opgenomen, waar het wordt omgezet in vet. Wanneer de bloedsuikerspiegel te laag dreigt te worden zet cortisol de gluconeogenese aan. (de vorming van glucose uit eiwitten en vetten).


Wanneer bij chronische stress het lichaam langdurig eiwitten omzet in glucose ontstaan er problemen:


a. Het lichaam zal eerst de eiwitten uit de voeding gebruiken. Wanneer deze niet toereikend zijn worden de benodigde eiwitten gebruikt afkomstig van plaatsen met een lagere prioriteit. Weefsels met een lagere prioriteit voor de korte termijn zijn de botten en de huid. Er ontstaat dan op de lange termijn een eiwittekort in de huid en in de botten.

b. Als gevolg van de omzetting van eiwitten naar glucose blijven er zuren over. Het lichaam reguleert de hoeveelheid zuren in het systeem via de zuurbasenbalans. Bij een overschot aan zuren zal het lichaam dan ook op zoek gaan naar basische stoffen om de zuur-basenbalans weer te normaliseren. Een van de belangrijkste basische stoffen is calcium.

c. In het geval dat adrenaline in plaats van cortisol de glucosespiegel verhoogt is dat merkbaar door het trillerige gevoel wat altijd optreedt wanneer adrenaline vrijkomt. We benoemen deze situatie dan als hypoglycaemie, terwijl de bloedglucose helemaal niet verlaagd hoeft te zijn op dat moment. Het trillerige gevoel betekent dat adrenaline de bloedglucose doet stijgen.

Mensen die verschijnselen vertonen van hypoglycaemie hebben op dat moment, al dan niet tijdelijk, last van hypoadrenalisme.

Kenmerken van een hoog cortisolgehalte :

 Grote eetlust

 Snel blauwe plekken

 Vocht vasthouden

 Verminderd libido

 Spierweefselafbraak

 Overgangsklachten

 Depressieve gevoelens


In een gezonde situatie zal het lichaam weer tot rust komen doordat de neurotransmitter GABA de stress-as uitzet. Dit kan pas nadat er veiligheid of een oplossing voor een probleem gevonden is.


Fase I chronische stress

Na een stressvolle gebeurtenis waarbij het lichaam even meer stresshormonen aanmaakt dan normaal herstelt een lichaam zich weer, en keert de rust weer. Dit kan diverse keren gebeuren, en elke keer kan het lichaam terugveren. Wanneer de stress zich te vaak en te langdurig opstapelt, komt er een moment dat het lichaam chronisch meer cortisol produceert. Het lastige is dat je in de periode van een verhoogde cortisolproductie nog niet zo veel merkt van deze processen. Je bent wat gedrevener dan anderen, wat alerter, en misschien wat scherper van geest. In deze periode kun je ook minder vaak ziek zijn, aangezien cortisol de immuunreactie remt. De glucosehuishouding functioneert nog steeds goed, en je bent ook nog niet moe.

Fase II verminderd cortisol, adrenaline als noodoplossing

Na gemiddeld vijftien jaar (maar het kan ook veel korter zijn) met een verhoogde cortisolproductie komt er na een moment van stress, een virus of een drukke periode ineens verandering in deze situatie. De bijnieren hebben moeite met het produceren van cortisol en gaan noodgedwongen over op plan B. Ze gaan adrenaline gebruiken om te kunnen overleven. Deze fase is herkenbaar aan de klachten die lijken op hypoglycaemie. Er is een grote behoefte aan zoetigheid, je moet dan regelmatig eten. Ook in het gedrag is het herkenbaar, er is sprake van een kort lontje, prikkelbaarheid en ongeduld. Met adrenaline kom je de dag door, maar als je rust krijgt, stort je helemaal in. Mensen die op adrenaline leven komen vaak iets te energiek en enthousiast over. Deze fase kan heel lang aanhouden.

Fase III als ook adrenaline tekort schiet

De manager die een burn-out krijgt na jarenlang over zijn grenzen gaan, heeft uiteindelijk een hypoadrenalisme ontwikkeld. Zelfs de adrenalineproductie schiet tekort om door te gaan, en de vermoeidheid slaat toe. Mensen met chronische vermoeidheid bevinden zich in dezelfde situatie. Zij lijken in een consult bij de dokter prima te functioneren, maar zodra ze thuis zijn gaat het kaarsje uit en moeten ze drie dagen bijkomen. Ze hebben zich dan met een ‘shotje’ adrenaline opgepept, maar moeten dit als snel bekopen met een enorme dip in de energie.

  • Early life stress, de nestvlieder

  • Hoge alertheid, ‘ogen in het achterhoofd’, sensitief

  • Gefocust, hoge ‘drive’, doelgericht

  • Energiek

  • Perfectionisme

  • Behoefte aan controle

  • Ochtendmensen

  • Snel handelen

  • Kunnen goed multitasken

  • Intelligent

Dit lijken de karaktereigenschappen van gezonde actieve succesvolle mensen. En dat zijn het ook! Enkel moet je met klachten wel kijken waar deze eigenschappen vandaan komen.


Deze eigenschappen horen namelijk ook bij een chronisch licht verhoogde cortisolproductie. Door early life stress (of anders trauma waar je cortisol skyhigh was) ontwikkelen we overlevingsstrategieën waarmee we onze veiligheid waarborgen. Normaal gesproken kunnen mensen negatieve ervaringen makkelijk loslaten. Wanneer je vanwege bijvoorbeeld prenatale stress een verstoord endorfinesysteem hebt wordt het moeilijker om oude emoties los te laten.


De stressreactie wordt niet beëindigd en het lichaam zal met extra cortisol proberen zichzelf in veiligheid te brengen, net zoals een vogeltje wat meteen na de geboorte moet kunnen vliegen. Wanneer een kind bij de start van het leven onveiligheid ervaart, ontwikkelt het onbewust en daarom intuïtief een overlevingsstrategie. Deze onveiligheid kan uit echt allerlei oorzaken ontstaan zoals bijvoorbeeld een stressvolle zwangerschap, een voedingstekort bij de moeder, problemen bij de geboorte, een moeilijke gezinssituatie etc. Dat hoeven geen duidelijk aanwijsbare problemen geweest te zijn. Het gaat om onbewust ervaren stressvolle gebeurtenissen. Zo kan het al te maken hebben dat je lichaam in stress blijft na een ongeluk. Je wilt wel ontspannen maar het gaat niet.

Inmiddels is wel duidelijk dat grote hoeveelheden cortisol in de vroege jeugd, en met name in de prenatale fase, de manier waarop een mens geprogrammeerd wordt, beïnvloedt. Het aantal van de twee cortisolreceptoren (GR en MR) op de hippocampus vermindert door een hoge cortisolexposure in de baarmoeder. Het limbische systeem, waaronder de amygdala, wordt hierdoor uiteindelijk beïnvloed. Zichtbaar is dat mensen met chronische vermoeidheid, fibromyalgie, hooggevoeligheid en dergelijke een te actieve sympathicus en een onderactieve parasympaticus ervaren. Zij zijn als het ware geprogrammeerd om op alle prikkels met een fysieke stressreactie te reageren. Het gebrek aan parasympathische activiteit doet dan ook veel van de symptomen van deze mensen verklaren. Deze persoon kan vanwege een prenataal verstoord endorfinesysteem een endorfineresistentie ontwikkeld hebben waardoor prikkels sneller binnen komen. Als gevolg van een overactiviteit van de NMDA-receptoren (glutamaat) ontstaat er eerder onrust en overprikkeling.

Een speciale vorm zijn de ‘High Sensation Seekers’. Deze groep mensen zijn hooggevoelig, snel verveeld, en zoeken steeds weer nieuwe prikkels op. Zij hebben behoefte aan de adrenalinekick, maar kunnen heel snel al weer genoeg hebben van de prikkel. Je zou kunnen zeggen dat ze alsmaar op zoek gaan, maar de oplossing niet kunnen vinden. De adrenaline geeft ze even energie, maar die adrenaline is op een gegeven moment ‘op’. Dan worden ze moe, verveeld en lusteloos. Heel snel daarna gaan ze weer op zoek naar de volgende kick. Ze leven met de ene voet op het gaspedaal en het andere op de rem. Het eten van granen en het drinken van melk lijkt in deze situatie vanwege de exorfinen rust te geven. Toch werkt deze ‘oplossing ‘maar heel kort waardoor er alsmaar weer behoefte aan dezelfde voedingsmiddelen ontstaat. Niet zelden experimenteert deze groep met drugs. De verslavingsgevoeligheid is groot. Een grote adrenalineproductie zorgt ervoor dat er te weinig dopamine overblijft om de oplossing te vinden.

Vermoedelijk is bij deze mensen het beloningssysteem verstoord, zij zijn op zoek naar erkenning, beloning. De oorzaak hiervoor zou kunnen liggen in een verstoord endorfinesysteem. Juist deze groep mensen kan op zoek gaan naar exorfinen, stoffen vanuit voeding die aanhaken aan de endorfinenreceptoren.

Een tijdelijke oplossing voor chronische stress kan gevonden worden in activiteiten die endorfinen produceren:

 Wandelen

 Zingen

 Lachen

 Mediteren

 Seks (zolang er geen sprake is van een seksverslaving)

Contact:

Anka Mertens 

06- 39 58 79 44

Ankamertens@outlook.com

Crown businesscenter

Ericssonstraat 2

5121 ML Rijen

  • Black Facebook Icon
  • Black Instagram Icon
Handige links:

Aangesloten bij:

© 2019-2020 Anka Mertens | Webdesign: Ingrid Vreijsen | Fotografie: MOODZ Design & Jacomijn Dijkers