Zoeken

Microbioom

INLEIDING: DE DARMFLORA

De darmflora is het geheel van bacteriën, schimmels en zelfs parasieten dat in de menselijke darm kan leven. We gebruiken de term meestal als we de ‘goede’ bacteriën bedoelen, dus de eigen darmflora die in de darm thuishoort. Een ander (eigenlijk beter kloppend) woord voor de darmflora is het microbioom van de darm.

Voor de geboorte, als een baby nog in de baarmoeder ligt, zijn de darmen zuurstofrijk, net als de rest van het lichaam; via navelstreng worden alle weefsels van zuurstof voorzien. Tijdens de gang door het geboortekanaal krijgt een baby de eerste grote ‘hap’ bacteriën uit de vagina en anus van de moeder. Klinkt een beetje vies, maar is gelukkig heel normaal en zelfs erg hard nodig: deze eerste kolonisatie is erg belangrijk voor het functioneren van de darmen en opbouw van de darmflora.



Wist je dat olifanten bij de geboorte van een jong met de hele kudde op een hoop poepen, en daar het jong doorheen rollen? Dan valt onze ‘eerste kolonisatie’ nog best mee! Dat dieren dit instinctief doen, geeft aan hoe belangrijk contact met bacteriën is.

De stammen die bij de eerste kolonisatie het lichaam binnenkomen (met name bepaalde goede soorten E. coli, Enterococcus faecalis, en bepaalde stammen Lactobacillus), zijn aeroob. Dat wil zeggen dat ze in zuurstofrijke omstandigheden leven; ze vreten ze de zuurstof in de darmen als het ware weg.

Door dat te doen, maken ze het milieu in de darmen geschikt voor de bacteriestammen van de tweede kolonisatie. Deze stammen (o.a. Bacteroïdes, bepaalde stammen Lactobacillus en Bifidobacterium) zijn anaeroob – ze kunnen niet overleven in een 
zuurstofrijk milieu.

Deze stammen komen o.a. bij de baby terecht via borstvoeding, handjes in de mond, huidcontact en verzorging. Borstvoeding is vervolgens de meest ideale voedingsbodem voor de zich ontwikkelende darmflora. In de periode vanaf de geboorte tot ca. 24 maanden ontwikkelt de darmflora zich verder tot een ‘volwassen’ 
flora. Deze telt wel 700-1000 stammen en zo’n 2,5 kilo bacteriën in een unieke samenstelling - zo uniek als een vingerafdruk!


Zijn er verder geen bijzonderheden, dan blijft de darmflora stabiel tot ca. het 50e levensjaar. Daarna neemt de kwaliteit en samenstelling van de darmflora bij veel mensen af (ook onder invloed van het voedingspatroon en de leefstijl die je tijdens je leven hebt gevolgd).

Wanneer er nu iets misgaat in die eerste kolonisatie (bijvoorbeeld door geboorte met een keizersnede of door antibiotica/medicijn-gebruik in de eerste levensweken) blijven de omstandigheden in de darm zuurstofrijk en daarmee ongeschikt voor de belangrijke stammen van de tweede kolonisatie. Deze stammen kunnen dan niet goed aanhechten en uitgroeien tot een stabiele kolonie.


Ook door andere factoren kan de darmflora verstoord raken, zoals medicijngebruik (zoals antibiotica, antidepressiva, pijnstillers en luchtwegmedicijnen), verkeerde voeding en stress. Soms is het niet goed aan te wijzen waarom een kolonisatie niet goed verloopt. Het kan 
bijvoorbeeld zijn dat de darmflora van de moeder al niet optimaal was en dat zij dus niet de juiste bacteriën heeft kunnen doorgeven.

Een darmflora die niet ‘in balans’ is komt heel vaak voor, zowel bij volwassenen als kinderen. Onze voedingspatronen en leefstijlen zijn er eigenlijk niet meer op gericht om de darmflora in stand te houden en aan te vullen. Wij eten bijvoorbeeld nog nauwelijks gefermenteerde producten die belangrijke bacteriestammen aanvoeren, 
houden onze huizen en huiden (te) hygiënisch schoon en krijgen veel stoffen binnen die de darmflora kunnen aantasten. Ook stress en het ‘snelle leven’ heeft een negatieve invloed op de darmflora - en daar hebben we doorgaans meer dan voldoende van!


De rol van de darmflora

De darmflora speelt een belangrijke rol in de gezondheid van het lichaam. Natuurlijk in de darmen zelf, waar een gezonde flora zorgt voor een goede spijsvertering, het opnemen van voedingsstoffen en het stimuleren van een gezonde darmbeweging en –passage.

Maar de darmflora en darmgezondheid staan ook in nauw contact met andere processen in het lichaam. Zo werkt de darmflora samen met het immuunsysteem. Een gezonde darmflora prikkelt het immuunsysteem om afweercellen aan te maken die ingezet kunnen worden tegen ziekteverwekkers.


Het darmslijmvlies is als het ware de ‘moeder van alle slijmvliezen’, bijvoorbeeld die in de mond/keelholte en bij vrouwen ook het vaginaal slijmvlies – maar ook de huid! Als het darmslijmvlies gezond is, kan het de andere slijmvliezen voorzien van informatie. Dit gebeurt via de lymfe, dat je kunt zien als het ‘WiFi-systeem’ van het lichaam. Als de darmflora een hoge druk aan ziekteverwekkers signaleert, geeft het via de lymfebanen boodschapperstoffen door aan de andere slijmvliezen, zodat ze zich kunnen verdedigen tegen een verkoudheidsvirus of vijandige bacterie.

Bij een niet-optimale darmflora en/of een niet-optimale voeding kunnen stoffen worden aangemaakt die ontstekingen in het lichaam bevorderen. Die ontstekingen merk je vaak niet heel duidelijk, maar kunnen tot uiting komen als een verergering van eczeem, astma, puistjes, vermoeidheid, etc. Het is belangrijk deze ontstekingen te verminderen door de ontstekingstriggers weg te halen, de darmflora te versterken en de voeding te verbeteren.


Darmmilieu Naast darmflora is er ook nog het darmmilieu. Dat is de omgeving in je darmen zelf, met het darmslijmvlies en de inhoud van je darm. Het darmmilieu moet geschikt zijn voor de darmflora; anders kan deze niet goed groeien en zullen de hoeveelheid en kwaliteit van de darmflora afnemen. Voeding, stress, allergieën en medicijngebruik kunnen van invloed zijn op het darmmilieu, op het darmslijmvlies en de darmflora.

Een niet-optimaal darmmilieu zorgt er vaak voor dat ‘zomaar probiotica slikken’ bij veel mensen niet (voldoende) helpt. Het helpt misschien eventjes, maar de bacteriën kunnen geen goede kolonies vormen en zodra de probiotica op is, neemt het effect weer af.

Natuurlijk is het eigenlijk de bedoeling dat je niet de rest van je leven probiotica hoeft te slikken en het uiteindelijk weer ‘zonder’ kunt. Om dat te bereiken is het belangrijk dat we eerst het darmmilieu herstellen en je voeding aanpassen, zodat de aanwezige darmflora zich kan herstellen en kan uitgroeien tot een gezonde kolonie.


SPIJSVERTERING De darmflora is natuurlijk niet de enige speler in de spijsvertering. In het verhaal van mond tot kont spelen ook andere factoren een rol. Dat begint in je mond, met goed kauwen zodat het speeksel (en de enzymen die daarin zitten) goed vermengd wordt met het voedsel.

Vervolgens moet er in de maag voldoende maagzuur aanwezig zijn. Wij denken vaak aan teveel maagzuur, maar in werkelijkheid zijn er veel meer mensen met een maagzuurtekort. Dit geeft veelal dezelfde symptomen als een overschot: zuurbranden, oprispingen, ‘steen in de maag’-gevoel.

Het gehalte aan maagzuur is lastig te testen met een laboratoriumtest; Wij doen daarom een betaïne HCl-test om erachter te komen of je voldoende maagzuur aanmaakt.


MAAGZUUR De klachten die horen bij een maagzuurtekort lijken sterk op de klachten bij een teveel aan maagzuur(!), en dit wordt dan ook vaak verkeerd gediagnosticeerd.

Of je voldoende maagzuur aanmaakt, is lastig te zien met een laboratoriumtest. We gebruiken de Betaine HCL tabletten dan ook direct als methode om dit te testen. Betaïne HCL valt in de maag uiteen tot zoutzuur (= maagzuur). Maak je hier zelf te weinig van aan, dan vult Betaïne HCL je eigen maagzuur aan, waardoor de vertering verbetert. Heb je zelf al voldoende, dan zorgt de Betaïne HCL voor een overschot, waardoor je (lichte) klachten krijgt. Die klachten zijn dus de graadmeter.


Hieronder vind je de instructies voor het testen met Betaïne Hcl.


TESTEN MET BETAÏNE HCL

★ Neem direct voor een hoofdmaaltijd 1 tablet met ruim water in (niet kauwen!). Eet de maaltijd zoals gewoonlijk.

★ Krijg je na de maaltijd last van een warm gevoel in de maag of zelfs pijn, brandend maagzuur, pijn tussen de schouderbladen etc., dan heb je van nature al voldoende maagzuur. De Betaine HCL maakt dan dus ‘teveel’ maagzuur aan, wat klachten veroorzaakt (deze verdwijnen na enkele uren; neem een Rennie, eet wat yoghurt of neem magnesiumtablet om het ongemak te verlichten).

★ Is er niets aan de hand of voel je je zelfs wel prettig na de maaltijd, dan heb je mogelijk een maagzuurtekort. Neem dan de volgende hoofdmaaltijd 2 tabletten, daarna 3, tot je de klachten merkt die beschreven worden bij een teveel aan maagzuur. Neem max. 5 tabletten bij een maaltijd.

★ Hoe meer tabletten je nodig hebt voordat de klachten beginnen, hoe groter het tekort aan natuurlijk maagzuur is. Je neemt dan voorlopig dit supplement als aanvulling. Neem uiteraard een tablet minder dan de hoeveelheid die klachten geeft.


Voorbeeld 1:

★ 1e avond: 1 tablet – warm/brandend gevoel in de maag,, pijn tussen de schouderbladen, oprispingen

★ Er is al genoeg maagzuur van nature. Maak de test niet af; je hebt dit product verder niet nodig.


Voorbeeld 2:

★ 1e avond: 1 tablet – geen verschil

★ 2e avond: 2 tabletten – geen verschil

★ 3e avond: 3 tabletten – voelt zich prettig en ‘licht’

★ 4e avond: 4 tabletten – last van maagzuur, pijn tussen de schouderbladen, oprispingen etc.

★ Voorlopige suppletie is dus 3 tabletten bij iedere hoofdmaaltijd, en mogelijk 1-2 tabletten bij ontbijt en lunch. Intussen ook therapie om de natuurlijke productie van maagzuur te stimuleren, zodat je niet afhankelijk blijft van de tabletten.


LEVER&NIEREN

De lever is het grootste afvalstoffenverwerkende orgaan in ons lichaam. Vrijwel alle gif-, afval- en ballaststoffen worden door de lever afgebroken en omgezet in onschadelijke stoffen. Een deel daarvan wordt uitgescheiden via de ontlasting, een ander deel via de nieren. Daarnaast slaat de lever vitaminen op en ‘deelt die uit’ op het 
moment dat er behoefte aan is.

Door onze moderne leef- en voedingsstijl is onze lever vaak overbelast. We krijgen veel ballaststoffen binnen via uitlaatgassen, verkeerde voeding etc. Ook stress en hormonen kunnen zorgen voor extra afvalstoffen.

Voor het afbreken van de afvalstoffen gebruikt de lever enzymen, die bestaan uit een vitamine en een aminozuur (stukje eiwit). We krijgen niet altijd genoeg vitaminen binnen om alle enzymen op te bouwen. Dan kan een enzymtekort ontstaan, waardoor afvalstoffen (maar ook voedingsstoffen!) niet goed kunnen worden afgebroken.

Als daardoor de lever zijn reinigende werk niet goed kan doen, worden niet alle afvalstoffen effectief afgebroken. Ze blijven dan te lang in het lichaam, waar ze kunnen zorgen voor vermoeidheid, hoofdpijn, verergering van eczeem, acne etc.

Het is dus belangrijk de lever te ondersteunen. Omdat die dan 
harder gaat werken, gaan er ook meer afvalstoffen richting de nieren. Die moeten dus meegenomen worden in het ondersteunen.



JOUW RESULTATEN

Op de volgende pagina’s lees je alles over jouw resultaten! Hier vind je alle uitslagen van de door jou aangevraagde modules en/of losse onderzoeken.

Wat je moet weten als je de uitslagen gaat bekijken:

★ Er is een kopie van jouw uitslag bijgevoegd.

★ De referentiewaardes zijn niet altijd hetzelfde als de optimale waardes. Wij houden de optimale waardes aan. Daardoor zie je het pijltje soms in het groen staan, maar is je waarde toch te hoog of te laag.

★ De referentiewaarde en het gekleurde balkje zeggen je dus alvast iets, maar lees vooral ook de tekst. Soms hangt de interpretatie af van je klachten of de andere uitslagen - het balkje neemt dit niet mee, maar de uitwerking wel!

★ Als het naar aanleiding van je uitslagen verstandig is om extra onderzoek te doen, vind je dit advies in het groen bij die onderdelen van je uitwerking.

★ Soms zie je op internet uitgebreide aanprijzingen voor behandelingen van bepaalde aandoeningen. Het is belangrijk om te weten dat jouw uitslagen persoonlijk zijn. Wat goed werkte voor iemand op een forum in Amerika, is niet altijd ook voor jou geschikt. Ik adviseer je dus om niet zelf te gaan dokteren met deze uitslagen, maar om je klachten grondig aan te pakken met behulp van een professional die alle aspecten van de behandeling overziet.


DEEL 1: SPIJSVERTERING

De spijsvertering bestaat uit de voor-vertering en de na-vertering. De voorvertering bestaat uit kauwen (heel belangrijk!), het maagzuur in de maag, en de weg door de dunne darm, waarbij gal en spijsverteringsenzymen zorgen voor de vertering van het voedsel tot voedingsstoffen die kunnen worden opgenomen.

Pas in de dikke darm komt de na-vertering, waar de darmflora verantwoordelijk voor is en waar er, jawel, poep gemaakt wordt van de onverteerde voedselresten.

We hebben gekeken naar een aantal basis-voorwaarden voor de spijsvertering.


Met de betaïne HCl thuistest heb je misschien ontdekt dat je momenteel wel/niet voldoende maagzuur produceert. Dit is het geval als je niets voelde bij het innemen van 1 of 2 tabletten (en dus pas effect merkte bij 2 of meer tabletten).


Oorzaken hiervan kunnen onder andere zijn:

★ onvoldoende de tijd nemen voor het eten

★ te veel eetmomenten op een dag (wat je binnen 1 uur eet valt onder 1 eetmoment, alles daarbuiten is dus een apart eetmoment)

★ een verstoorde vetzuurbalans door een voedingspatroon met teveel omega-6 vetzuren te weinig omega-3 vetzuren (tip: eet voldoende vis!)

★ een tekort aan de neurotransmitters serotonine en acetylcholine en daardoor chronisch gestresst of ‘in actie zijn’

★ een Helicobacter pylori-infectie in de maag

BASISVERTERING Er is gekeken naar restanten van koolhydraten, eiwitten, en vetten in je ontlasting.


Jouw uitslag:

Er zijn onverteerde resten gevonden van eiwitten/koolhydraten/vetten. Dit kan veroorzaakt worden door:

★ slecht kauwen (hier kun je zelf op letten!)

★ te lage maagzuurproductie (zie betaïne HCL-test)

★ te lage productie van spijsverteringsenzymen in de pancreas (zie ‘Enzymatische vertering’)

[bij aanwezigheid van koolhydraten] lactose- of fructose-intolerantie (dit kun je evt nog laten testen)

Wanneer laat je testen op fructose- of lactose-intolerantie? Het is verstandig om hierop te testen wanneer je:

★ onverteerde koolhydraten in de ontlasting hebt

★ vooral klachten hebt na het eten van zuivel (lactose), suiker/vruchtensap/siroop (fructose)

★ diarree, opgeblazen gevoel of buikpijn hebt waarvan de oorzaak niet naar voren komt in de overige resultaten in deze uitwerking


ZUURGRAAD


[5.8-6.3] prima in orde.

[<5.8] te zuur. Oorzaken hiervoor kunnen zijn:

★ verzuring van de darminhoud als reactie op de aanwezigheid van een ziekteverwekker (bacterie, schimmel of parasiet) De darmflora maakt dan ter verdediging extra zuren aan om het de ziekteverwekker moeilijk te maken.

★ moeite met het verteren van koolhydraten. Onvolledig afgebroken koolhydraten kunnen leiden tot een darmflora die teveel zuren aanmaakt. Er is geen directe aanleiding om helemaal koolhydraatvrij te gaan eten, maar probeer snelle koolhydraten zoals suiker, brood, pasta, aardappelen etc. te beperken.


[>6.3] te basisch. Oorzaken hiervoor kunnen zijn:

★ te weinig residente flora (met name melkzuur-bacteriën zoals Lactobacillus en Bifido-bacterium). Er worden dan te weinig suikers en vezels uit de voeding omgezet naar melkzuur

★ de aanwezigheid van de virulente factor urease. Deze stof zorgt ervoor dat er natrium-bicarbonaat vrijkomt in de darmen, waardoor de darminhoud minder zuur wordt

★ te lage productie van spijsverteringsenzymen in de pancreas waardoor met name de eiwitten en koolhydraten niet goed verteren

★ een te lage maagzuurproductie

ENZYMATISCHEVERTERING In de dunne darm worden gal (uit de lever / galblaas) en spijsverteringsenzymen toegevoegd, die helpen om ‘voedsel’ om te zetten naar ‘voedingsstoffen’. Jouw uitslag:

📷

De aanwezigheid van te veel galzuren in de ontlasting is een indicatie dat de vetvertering verstoord is. Er is bij jou geen overschot aan galzuren gemeten. Hiermee is een tekort aan galzuren overigens niet uitgesloten. We kunnen dit helaas niet meten, maar waarschijnlijk is je vetvertering gewoon in orde en missen we de enzymen.


[Bij normale hoeveelheid galzuren] De aanwezigheid van te veel galzuren in de ontlasting is een indicatie dat de vetvertering verstoord is. Er is bij jou geen overschot aan galzuren gemeten. Hiermee is een tekort aan galzuren overigens niet uitgesloten. We kunnen dit helaas niet meten, maar waarschijnlijk is je vetvertering gewoon in orde.

Blijft je ontlasting plakkerig en breiig nadat je vet voedsel hebt gegeten, neem dan contact op met een deskundige om nader te kijken naar de vetvertering.


[Bij te hoge hoeveelheid galzuren] Bij jou is een teveel aan galzuren geconstateerd. Galzuren worden tijdens de spijsvertering omgezet naar galzouten. 95% van de galzouten hoort terug te worden opgenomen in het lichaam. Als er nog galzuren aanwezig zijn in de ontlasting, kan dat een teken zijn van een verstoorde vetvetering. Er worden dan niet voldoende galzuren omgezet in galzouten, en deze worden niet voldoende terug opgenomen. Een te hoog gehalte aan galzuren kan een indicatie zijn voor het ontstaan van galstenen en verstoort het milieu in de darmen waardoor ziekteverwekkende bacteriën makkelijker kunnen koloniseren.


Je alvleesklier (pancreas) maakt spijsverteringssappen aan. Hierin zitten enzymen. Enzymen zijn een soort ‘knipmachines’ die ieder een bepaalde stof in stukjes kunnen knippen. In je mond worden grote brokken voeding gekauwd tot een brij. In je maag wordt hier maagsap en -zuur aan toegevoegd, waardoor het voedsel begint te verteren. Pas als de brij in de maag zuur genoeg is, verlaat het de maag en gaat het voedsel door naar de dunne darm. Daar komt het spijsverteringssap uit de alvleesklier erbij. De enzymen knippen eiwitten, vetten en koolhydraten tot kleinere eenheden. Pas dan zijn de voedingsstoffen klein genoeg om te worden opgenomen.


Enzymen kunnen moeilijk worden gemeten in de ontlasting. Pancreaselastase is een marker die we wel kunnen meten en die laat zien of de alvleesklier in staat is om voldoende spijsverteringsenzymen te produceren.


[Bij pancreaselastase > 500:] De pancreaselastase was bij jou prima (>500 bij een ondergrens van >200). In principe maak je dus voldoende enzymen aan voor de vertering van koolhydraten, eiwitten en vetten.

[Bij pancreaselastase < 450:] Bij jou had de pancreaselastase een waarde van XXX. De grenswaarde is >200, maar een gezonde waarde is >500. Je waarde is dus te laag. Daardoor kun je zetmelen (amylase), eiwitten (protease/trypsine) en vetten (lipase) moeilijker verteren. De vertering is niet optimaal en kan het zijn dat voedingsstoffen niet volledig worden opgenomen. Oorzaken voor een te lage pancreaselastase kunnen zijn:

★ een lage maagzuurproductie

★ weinig mineralen in je voeding (of: je eet ze wel maar neemt ze niet goed op)

★ stress

★ pancreasaandoeningen of een genetisch ‘defect’ waardoor je weinig enzymen kunt aanmaken. Dit komt gelukkig weinig voor, maar ga naar je huisarts als je het niet vertrouwt.


Bij een extreem lage waarde (100 of lager) adviseren wij om contact op te nemen met de huisarts.

Klachten die we veel zien bij een lage pancreaselastase zijn onder andere vermoeidheid, moeite met op gewicht blijven, een opgeblazen gevoel, dunne en/of plakkerige ontlasting of juist verstopping en een pijnlijke buik, als gevolg van de onvolledige vertering.

Vaak ontstaan er veel afvalstoffen, doordat de darmflora voeding krijgt die onvoldoende verteerd is en schadelijke schimmels en bacteriën hiermee aan de haal gaan.

Daarnaast worden vitaminen, mineralen, vetten en aminozuren minder goed opgenomen als je te weinig spijsverteringsenzymen produceert. Hierdoor kun je tekorten krijgen aan deze stoffen, wat klachten kan veroorzaken als uitputtingsgevoelens, emotionele instabiliteit (door een lage neurotransmittertelling), PMS, zwakke nagels en gewrichtsklachten.


DEEL 2: DE DARMFLORA

RESIDENTE FLORA: DE GOEDE BACTERIËN

De residente flora zijn de bacteriestammen die in de darmen thuishoren. Ze moeten het evenwicht in de darmflora bewaren en een overgroei van slechte bacteriën tegengaan. Jij hebt een genoeg/ tekort aan een aantal ‘goede’ bacterie- stammen, namelijk: Enterococcus sp./E. coli sp./ Bifidobacterium sp./ Bacteroïdes sp. /Lactobacillus sp.


Laten we even kennismaken:

Enterococcus zijn aerobe bacteriën. Zij vreten zuurstof in de darm weg en houden daarmee het milieu in de darm anaeroob (zuurstofarm), zodat de andere stammen daarin kunnen leven. Ook prikkelen ze het immuunsysteem, zodat het getraind wordt om voldoende afweerstoffen te maken. Die afweerstoffen komen voor een gedeelte weer terug in de darmen als sIgA (waarover later meer).

E. coli: hiervoor geldt grotendeels hetzelfde als voor de Enterococcen. Beiden produceren ze ook stoffen die schadelijke bacteriën, schimmels en parasieten moeten tegengaan.

De aerobe bacteriën (Enterococcus) zijn verlaagd. Dit heeft twee effecten:

★ De immuniteit wordt lager omdat ze niet genoeg geprikkeld wordt (daardoor gaat ook de weerstand in de darm zelf omlaag).

★ De zuurstof in de darm wordt niet voldoende ‘weggevreten’, waardoor het milieu in de darmen te zuurstofrijk blijft. Hierdoor kunnen de andere (anaerobe) bacteriën niet goed groeien.

De Bacteroïdes, Bifidobacteriën en Lactobacillen zijn verlaagd. Dit een aantal effecten:

★ De spijsvertering kan niet optimaal plaatsvinden.

★ De peristaltiek wordt niet voldoende geprikkeld; hierdoor kan verstopping ontstaan.

★ Het milieu in de darm is niet gunstig voor de goede bacteriën maar wel gunstig voor de slechte bacteriën, schimmels etc., die daardoor makkelijker kolonies kunnen vormen.

★ Er wordt te weinig energie geproduceerd door de darmflora (met name de Bacteroïdes). Er is veel energie nodig voor opbouw en herstel van je darmwandcellen; dit wordt in de vorm van butyraat geproduceerd door je eigen darmflora. Lukt dit niet, dan wordt de energie dus uit je eigen voorraad gehaald, wat kan zorgen voor vermoeidheid.


Een te laag gehalte aan goede bacteriën kan verschillende oorzaken hebben:

★ Het milieu in de darmen is niet optimaal (bijvoorbeeld door overgevoeligheden, een verkeerd dieet, of ‘slechte’ bacteriën/schimmels/parasieten)

★ Stress is een sterk ondermijnende factor voor de darmflora

★ Een verkeerd dieet (b.v. veel suiker of geraffineerde producten)

★ Medicijngebruik (o.a. antibiotica, antidepressiva, pijnstillers, en astmamedicatie)

★ Te weinig prebiotische vezels in het dieet zorgen ervoor dat je darmflora letterlijk uithongert!


TRANSIËNTE FLORA: ZIEKTEVERWEKKERS & SLECHTE BACTERIËN

De transiënte flora zijn de stammen schimmels, bacteriën en parasieten die niet in de darm thuishoren. Er is altijd wel een kleine hoeveelheid van deze stammen aanwezig, maar het is de bedoeling dat de eigen darmflora ze onder de duim houdt en zorgt dat ze niet kunnen aanhaken op de darmwand.

We willen dat ze zo snel mogelijk passeren (transiënt) en het lichaam weer verlaten. Bij een niet-optimale darmflora krijgen stammen die eigenlijk horen te passeren, de kans om toch te blijven hangen en een kolonie te vormen. Als ze groot genoeg worden, kunnen ze ook klachten veroorzaken.


Er zijn op dit moment geen schimmels of ziekteverwekkende bacteriën geconstateerd, maar wanneer je darmflora niet hersteld wordt krijgen deze wel sneller de kans om zichzelf aan de darmwand te hechten en/of uit te groeien tot schadelijke proporties.


Er is een verhoging van Candida albicans / Aspergillus niger / gisten geconstateerd in je ontlasting. Deze gist/schimmel leeft van nature in kleine hoeveelheden in de darmen.


Normaal gesproken houdt een gezonde darmflora hem onder de duim, maar wanneer de darmflora niet voldoende aanwezig is of het werk niet goed kan doen, kan de gist uitgroeien tot de schadelijke schimmelvorm. We meten deze in de ontlasting. De schimmelinfectie in je darmen kan klachten veroorzaken als vermoeidheid, hoofdpijn, niet lekker in je vel etc. door de afvalstoffen die hij produceert.


We zien soms verhogingen van Aspergillus niger bij mensen die in slecht geventileerde huizen of ruimtes leven (het gaat om dezelfde ‘zwarte schimmel’ die soms voorkomt in vochtige, slecht geventileerde ruimtes). Ook bij mensen met een sterk verminderd immuunsysteem vinden we deze schimmel soms terug.

Aspergillus niger kan een hardnekkige en ernstige infectie veroorzaken, die absoluut aangepakt moet worden.


Er zijn bacteriën geconstateerd uit de groep Enterobacteriaceae type 1. Deze groep omvat de bacteriën Proteus, Providencia en Morganella.

Er zijn bacteriën geconstateerd uit de groep Enterobacteriaceae type 2. Deze groep omvat de bacteriën Serratia, Enterobacter, Klebsiella en Citrobacter.


Deze bacteriën komen normaal gesproken in kleine hoeveelheden voor in de darm; in te grote hoeveelheden ondermijnen ze het milieu in de darmen waardoor de eigen darmflora niet goed meer kan uitgroeien. Ook produceren ze veel afvalstoffen en histamine, die klachten kunnen veroorzaken als dunne ontlasting, vermoeidheid, hangerigheid etc. Morganella zorgt ook voor de urineweginfectie. We moeten hem even goed in de gaten houden.


Er is wel/geen verhoging geconstateerd van Clostridium. Deze bacterie is bij veel mensen in lage aantallen aanwezig in de darmen. Normaal gesproken veroorzaakt dit geen problemen. Onder bepaalde omstandigheden kan deze bacterie in aantal toenemen ten koste van de goede residente flora. We zien dit bijvoorbeeld vaak bij het ouder worden of na een antibioticakuur. Verder houdt Clostridium van onvolledig verteerde vetten en eiwitten. Wanneer de vet- en/of eiwitvertering niet op orde is (bijvoorbeeld bij een verminderde aanmaak van maagzuur of spijsverterings- enzymen), kan Clostridium hiervan profiteren en zich gaan vermeerderen.

Veel voorkomende klachten hierbij zijn (chronische) dunne ontlasting, een opgeblazen gevoel en soms buikpijn.


Er is wel/geen een verhoging van Helicobacter pylori geconstateerd. Dit is een bacterie die bij veel mensen in de maag voorkomt. Wanneer de Helicobacter zich in het maagslijmvlies nestelt, vermindert hij de productie van maagzuur. Hierdoor verloopt op den duur ook de rest van de spijsvertering minder soepel. Daarnaast produceert hij histamine, wat klachten kan geven in de darmen (zie histamine). De virulente factor urease (zie Darmmilieu) wordt ook vaak aangetroffen bij de aanwezigheid van de Helicobacter pylori.

Helicobacter veroorzaakt niet altijd klachten; veel mensen merken wel een (vage) pijn en druk in de maagstreek, het gevoel van ‘een steen op de maag’, misselijkheid, opgeblazen gevoel, lang na het eten nog voedsel oprispen, een gebrek aan eetlust en soms braken. Ook kan deze bacterie (op den duur) een maagzweer veroorzaken


PARASIETEN

Er is getest op de aanwezigheid van parasieten. Parasieten komen overal voor; van het winkelwagentje en liftknopje tot de zandbak, in Nederland en in het buitenland. Het is dan ook niet de kunst om ze voor altijd te vermijden, maar om de eigen darmflora dusdanig te versterken dat de parasiet in de darmen niet kan uitgroeien tot een grote kolonie.


De eencellige (protozoa) Dientamoeba/blastocytes bleek wel/niet aanwezig in de ontlasting. Deze soort ondermijnt het darmmilieu en produceert veel afvalstoffen. Ook kan deze parasiet ontstekingen en vervelende klachten veroorzaken, zoals plotseling ernstige krampen en/of diarree.

Niet iedereen heeft last van deze parasiet; 70% van de mensen is drager en ongeveer 30% van de dragers heeft klachten. Deze verdwijnen dan helaas niet zomaar, en zolang de parasiet in de darmen zit is het lastig de eigen darmflora goed op te bouwen. Het is dus belangrijk om de parasiet zo snel mogelijk weg te werken.

Er zijn twee methoden om de parasiet uit je darmen te verwijderen: met kruiden en supplementen of met reguliere antibiotica. Beide hebben een slagingspercentage van ±80%.

De methode met kruiden en supplementen duurt langer, maar is wel milder dan met reguliere antibiotica; bovendien heb je hierbij langer de tijd om je darmflora en immuunsysteem alvast te versterken, zodat je niet direct een nieuwe infectie oploopt.

Ook wanneer je de parasiet gaat verwijderen met reguliere antibiotica is het daarom belangrijk om de kuur te begeleiden met supplementen en probiotica. Let op: bij reguliere antibiotica is het belangrijk om de juiste soort te gebruiken - en dat is niet het meest voorkomende middel.

Wij raden sterk af om zelf aan de slag te gaan met kruiden, supplementen of ‘antiparasietenkuren’ van het internet. Een gedegen behandeling tegen parasieten houdt veel meer in dan een paar capsules slikken - en daarmee doe je vaak meer kwaad dan goed!

Bij parasieten of andere pathogenen willen we je echt het advies geven om niet zelf te gaan rommelen, maar een gespecialiseerde professional te zoeken die je kan begeleiden bij het verwijderen van de parasieten, het afvoeren van afvalstoffen en het opnieuw opbouwen van je darmimmuniteit.

Ook wanneer je antibiotica van de huisarts gebruikt, is het belangrijk advies in te winnen over welke soort de juiste is en hoe je zo’n kuur goed begeleidt!


SIBO

De bacteriën in je darmen hebben een specifieke woonplaats. 99% van je darmflora leeft namelijk in de dikke darm (colon). Dat is ook logisch, want ze zijn van de naverteringsbrigade. In de dunne darm vindt vooral voorvertering plaats (met het maagzuur, gal en enzymen).

Verhuizen er bacteriën vanuit de dikke darm naar de dunne darm, dan krijg je dus na-vertering op de plaats waar voor-vertering hoort te zitten. De bacteriën vinden daar niet keurig afgebroken voedingsstoffen, maar nog halve brokken eten. Reken maar dat dat een feestmaal voor ze is - en dat ze er een luidruchtig feestje van maken. Ze zorgen voor veel gasvorming wat kan zorgen voor een opgeblazen gevoel, boeren laten, winderigheid en een gespannen buik. Ook produceren ze lekker veel afvalstoffen, waardoor je buikpijn, diarree, vermoeidheid en hoofdpijn kunt krijgen. Dit heet een SIBO (Small Intestine Bacterial Overgrowth).

SIBO wordt gemeten met een Indican/Skatol-test in de urine. Zijn deze waardes verhoogd, dan is er sprake van een overgroei van bacteriën in de dunne darm, die daar de afvalstoffen indican en skatol aanmaken.



DEEL 3: BIOFILM & DARMMILIEU

Naast de kwantiteit van de verschillende stammen in de darmflora, is ook de kwaliteit erg belangrijk. Je bacteriën leven voor het grootste gedeelte in het darmslijmvlies. Het slijmvlies wordt geproduceerd door de slijmbekercellen in de darm; de darmflora prikkelt de slijmbekercellen om gezond slijm aan te maken, en produceren zelf ook een eigen slijmlaagje.

De eigen slijmlaag van de bacteriën noemen we biofilm. Binnen de biofilm kunnen bacteriën met elkaar communiceren en geven ze eigenschappen aan elkaar door.

Gunstige bacteriën maken een heldere, goed doorlaatbare biofilm, die de darm gezond houdt en een goede omgeving biedt voor de eigen darmflora.

Ziekteverwekkende bacteriën, schimmels en parasieten produceren een taaiere biofilm. Die kan de darmwand als het ware ‘verstoppen’ en ervoor zorgen dat er minder voedingsstoffen worden opgenomen. De bacteriën in de ongunstige biofilm produceren meer afvalstoffen, wat een belasting vormt voor de lever. Daarnaast zijn deze stoffen pro-inflammatoir (ontstekingsbevorderend).

Goede bacteriën kunnen gevangen raken in de ongunstige biofilm, en nemen dan zelf ook slechte eigenschappen over. De kwaliteit van de darmflora gaat dan dus sterk achteruit, zelfs als je voldoende goede bacteriën hebt. Dit is ook een belangrijke reden dat probiotica niet altijd (voldoende) werkt.

VIRULENTE FACTOREN

Een marker om te weten of deze ongunstige biofilm aanwezig is, zijn de virulente factoren. Dit zijn enzymen die je kunt zien als een soort ‘jasjes’. De schadelijke bacteriën trekken deze enzym-jasjes aan en zijn dan beschermd tegen de afweerstoffen die de goede bacteriënaanmaken (zoals waterstofperoxide of sIgA). Deze verdedigings- stoffen worden dan onwerkzaam en kunnen de ziekteverwekkers niet effectief afweren.


DYSBIOSECIJFER Er is altijd een kleine hoeveelheid van ‘slechte’ bacteriën en schimmels in de darmen aanwezig. Dat hoort zo en is dan ook niet erg, zolang de eigen ‘goede’ darmflora voldoende aanwezig en werkzaam is om de onverlaten onder de duim te houden. Is de eigen darmflora echter laag, dan kan het ‘normale’ aantal schimmels en bacteriën toch relatief te hoog zijn. Dit wordt aangegeven met het dysbiosecijfer, dat we het liefst laag zien.

📷

In jouw geval is het dysbiose-cijfer en geeft dus aan dat de verhouding tussen goede en minder goede micro-organismen gunstig/ niet gunstig is. We gebruiken het dysbiosecijfer eigenlijk alleen om een beeld te geven, maar niet als basis voor een behandeling. Mocht je een behandeling in gaan, dan dient het enkel ter controle.


DEEL 4: IMMUNITEIT VAN DE DARM & SLJMVLIEZEN

Bij een gezonde darmflora prikkelen de aerobe bacteriën (E. coli en Enterococcus) het immuunsysteem. Hierdoor worden immuunglobulinen aangemaakt van het type A.

Immuunglobulinen zijn verdedigingsstoffen van ons lichaam. Er zijn verschillende typen; zo zorgen immuun- globulinen type A (IgA) voor de algemene afweer, die kan worden ingezet tegen alle soorten ziekteverwekkers.


Slechte bacteriën, parasieten en schimmels hebben ‘handjes’ waarmee ze kunnen aangrijpen aan de darmwand. sIgA vormt een coating rond de handjes, waardoor de bacteriën zich niet meer kunnen vastgrijpen en met de ontlasting mee het lichaam uitspoelen.


Een gezonde sIgA-waarde is 1000-2000.


Bij jou is de sIgA- waarde en dus te laag om je goed te kunnen verdedigen. sIgA wordt iedere dag verbruikt en moet ook iedere dag opnieuw worden aangemaakt; het spoelt immers met de ziekteverwekkers mee het lichaam uit.


Bij jou is de sIgA-waarde en daarmee te hoog. Een hoog sIgA wijst vaak op een (beginnende) voedingsovergevoeligheid; dit kunnen we verder uittesten.

Je kunt het zien als een soort bankrekening. Stel je voor dat je maandelijks 1500 euro binnenbrengt op die rekening; je geeft iedere maand ook weer 1500 euro uit. Zo kom je nooit rood te staan. Maar dan gaat je wasmachine stuk en moet je 500 euro lenen. Je staat nu 500 euro rood. Je blijft echter nog steeds maar 1500 euro binnenbrengen; het tekort aanzuiveren lukt dus niet. Het is beter als je wat extra kunt binnenbrengen, zodat je het tekort kunt aanvullen en een buffer opbouwt voor als de droger het ook begeeft.

Dat werkt wel, maar is helaas niet erg specifiek: behalve de ziekteverwekkers, beschadigt het ook de eigen darmflora en de darmwand. Alsof je met een kanon op een mug schiet... Het is dus beter om meer sIgA te hebben en minder bètadefensine. Een verhoogde bètadefensinewaarde kan wijzen op de aanwezigheid van schimmels, ziekteverwek- kende bacteriën of parasieten.


ONTSTEKINGEN EN LEAKY GUT


Ontstekingen in de darm kunnen zorgen voor vervelende klachten zoals buikpijn, vermoeidheid, lage weerstand en spijsverteringsproblemen. Ook is een verhoogde ontstekingswaarde een indicatie voor wat we een hyperpermeabele darm noemen – ook wel bekend onder de (niet helemaal correcte) term leaky gut.

Dat zit zo:

De cellen van de darmwand staan niet helemaal strak tegen elkaar aan. Er zitten minuscule openingen tussen, die worden afgesloten door tight junctions. Je kunt ze voor je zien als een soort schuifdeurtjes.

In een gezonde darm met gezonde tight junctions worden volledig verteerde voedingsstoffen opgenomen door de cellen van de darmwand heen. Daarbij worden ze netjes ingepakt in een speciaal laagje zodat ze veilig door onze bloedvaten kunnen reizen. Een gezonde darm is dus een beetje ‘doorlaatbaar’(permeabel).

Zo kunnen er niet goede voedingsstoffen opgenomen worden. Daarnaast worden kleine hoeveelheden ziekteverwekkers heel gericht via de tight junctions tussen de cellen door opgenomen in het bloed, om ze te kunnen presenteren aan het immuunsysteem. Zo kan je immuunsysteem hier specifieke afweerstoffen tegen aanmaken.

Maar in bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld als er ontstekingen zijn in de darm) kunnen de tight junctions beschadigd raken. De darmwand wordt dan té doorlaatbaar oftewel hyper-permeabel.


ONTSTEKINGSMARKERS Door de openstaande schuifdeuren kunnen te grote, nog niet volledig verteerde brokken voedingsstoffen de darmwand passeren. Geen hele pinda’s, maar wel onvolledig verteerde eiwitten (in plaats van netjes afgebroken aminozuren).

En dat is een probleem! Ook virussen en bacteriën bestaan namelijk uit eiwitten. Een heel eiwit dat in de bloedbaan terecht komt, is dan ook een alarmbel voor het immuunsysteem. Dat gaat er vervolgens met gillende sirenes op af, waardoor er ontstekingen en allergische reacties kunnen ontstaan. Het is dus belangrijk de darmwand te herstellen en de ontstekingsbelasting in het lichaam te verminderen.


We hebben de volgende ontstekingsmarkers getest:

Alpha-1-antitrypsine > deze waarde is een indicatie voor een beginnende ontsteking in de darm. Alpha-1-antitrypsine is een ontstekingsremmend eiwit, wat betekent dat deze stof verhoogd wordt aangetroffen als je lichaam een ontsteking probeert tegen te houden; het is dus een voorstadium van ontstekingen in de darm. Jouw waarde was (bij een referentie van <27,5).


Calprotectine > op het moment dat alpha-1-antitrypsine de ontsteking niet meer kan tegenhouden wordt deze stof uitgeschakeld en wordt calprotectine ingeschakeld. Deze waarde geeft dan ook aan of er sprake is van daadwerkelijke (chronische) ontstekingen in de darm. Jouw waarde was (bij een drempel van <50).


Zonuline > geeft aan of er sprake is van het ‘opengaan’ van de tight junctions (de schuifdeurtjes tussen de cellen van de darmwand). Als deze waarde verhoogd is spreken we van een hyperpermeabele darm. Jouw waarde was bij een grenswaarde van <55

PMN elastase > deze waarde zegt iets over hoe lang de (chronische) ontstekingen al aanwezig zijn, en wordt daarom altijd samen met calprotectine getest. Jouw waarde was (bij een drempel van <62).


Lysozyme > dit eiwit remt de groei van ziekteverwekkers in de darmen. Een verhoogde waarde duidt op een chronische ontsteking die veroorzaakt wordt door ziekteverwekkers (bacteriën, parasieten of schimmels). Jouw waarde was (bij een drempel van <600).


BEHANDELPLAN

Tot slot spelen laaggradige ontstekingen vaak een rol. Deze komen veelal vanuit de darmen (die ‘Ontstekingen’). Ook voeding kan een verhoogde ontstekingsreactie geven. Het gaat dan met name om ‘ongezonde’ voedingsstoffen zoals omega-6-vetzuren, suiker, kleur-, geur- en smaakstoffen en overmatig bewerkte producten, plus eventuele voeding waar je zelf overgevoelig voor bent.


We doen dit in verschillende fasen:

1. Begin- of reinigingsfase

2. Reductiefase

3. Heropbouwfase 1 (immuniteit)

4. Heropbouwfase 2 (darmflora)

In dit behandelplan lees je welke supplementen tijdens iedere fase het beste bij jouw unieke situatie passen. Het kan altijd zijn dat je ondanks onze zorgvuldige overwegingen, niet goed reageert op bepaalde supplementen. Geef dit zo snel mogelijk aan, dan denken we met je mee om een oplossing te verzinnen! Stelregel is: je mag best merken dat je lijf aan het werk is, maar geen extreme pijn of ongemak ervaren wanneer je de supplementen slikt. We gaan dit over twee weken inzetten.

Contact:

Anka Mertens 

06- 39 58 79 44

Ankamertens@outlook.com

Crown businesscenter

Ericssonstraat 2

5121 ML Rijen

CK Active

Oude kerkstraat 79

4921 XD Made

  • Black Facebook Icon
  • Black Instagram Icon
Handige links:

Aangesloten bij:

© 2019-2020 Anka Mertens | Webdesign: Ingrid Vreijsen | Fotografie: Marleen Fotografeert , MOODZ Design & Jacomijn Dijkers