Zoeken

Uitleg levende bloedanalyse

Lymfocyten 1,30-4

Te laag gehalte vaak bij ondervoeding, malabosorptie, vitaminendeficiënties

Monocyten 0,15-0,7

Dmv fagocyose kunnen monocyten lichaamsvreemde stoffen en indringers verteren. Monocyten behoren tot 1 van de 5 soorten witte bloedcellen die een belangrijke rol spelen in het afweersysteem. Ze kunnen verhoogd zijn bij bacteriële en/of parasitaire infecties en/of in de herstelfase hiervan, en door afwijkende bloedwaarden.

Trombocyten 150-400

Meestal gevolg virusinfectie of vitamine B12

Hemoglobine normaalwaarde 7,5-10,8

De meest voorkomende oorzaak is ijzertekort. Gaat vaak samen met een verlaagd aantal erytrocyten. Dit kan ontstaan door hevige menstruele bloedingen, infectie’s en/of onvermogen om ijzer op te nemen (dikke darm) en of/door te weinig maagzuur, of door een vegetarisch dieet. Ijzermoleculen transporteren zuurstof van de longen naar de longen en kooldioxine van de weefsels terug van de weefsels naar del ongen. Bij een tekort aan ijzer kunnen klachten ontsaan zoals energietekort, uitputting, burn-out, depressieve stemmingen, lage bloeddruk, hoofdpijn, slaapproblemen

Hematrocriet normaalwaarde 36-52

Vaak bij bloedarmoede door ijzergebrek en leverbelasting en verder vitamine/mineralen gebrek. (vooral b12). De best opneembare vorm van ijzer is lever, bloedworst of Salus ijzerelixer met vitamine C en zink.



Het onderzoek van levend bloed is eenvoudig, niet belastend voor de patiënt en wordt gedaan in combinatie met de gedroogd bloedanalyse. Voor levend bloed wordt één druppel bloed uit een vingertop op een objectglaasje gebracht, de bloeddruppel wordt met een afdekplaatje afgedekt en direct onder de microscoop gelegd. Door het afdekken van de bloeddruppel komen de bloedlichaampjes netjes naast elkaar te liggen. Vóórdat het bloed wordt afgenomen vindt er een uitgebreide anamnese plaats. Het is namelijk heel belangrijk om de klachten te inventariseren en de ziektegeschiedenis te kennen om tot een gerichte analyse te kunnen komen.

Als eerste wordt in het bloed gekeken naar de beweeglijkheid van de bloedcellen. Stromen de rode bloedlichaampjes vrijelijk rond en hoe is de souplesse. Kunnen ze zich makkelijk vervormen als ze bijvoorbeeld tussen twee andere cellen door willen. Het kan zijn dat ze zich “aaneen rijgen”, de zogenoemde “geldrollen”, of dat rode bloedlichaampjes aan elkaar kleven. Het laatste symptoom kan gewoon te maken hebben met de patiënt die te weinig heeft gedronken. Bij rokers kunnen grote opeenhopingen van aan elkaar klonterende rode bloedcellen te zien zijn. Hier is altijd de vraag of er voldoende vitamine C wordt ingenomen om de schadelijke stoffen te elimineren, op zijn plaats. Alvorens conclusies te trekken over bijvoorbeeld verzuring, toxische belasting enzovoort, moet dus worden nagegaan of er voldoende is gedronken en of men te maken heeft met een roker.

De rode bloedlichaampjes kunnen de vorm hebben van een citroen en als “kralenketting” over het beeldscherm stromen. Dit heeft te maken met darmtoxinen die in de bloedbaan komen. Er zijn dan vaak spijsverteringsklachten, gasvorming en krampen in de darmen. Doordat de cellen bij een vergroting van 10.000 x bekeken kunnen worden, is het verschil in grootte van de rode bloedcellen goed te beoordelen. Onder meer de aard van een anemie, bloedarmoede, kan worden beoordeeld. Behalve dat de rode cellen verschillend van grootte kunnen zijn, kunnen ze ook verschillen van vorm. Zo kennen we ovale, potlood cellen, sigaarvormige, traandruppelcellen, doornappelcellen, samengetrokken cellen met uitsteeksels, schietschijfcellen, kogelcellen, sikkelcellen, cellen die maar aan één zijde een indeuking hebben, geestcellen enzovoort. Al deze verschillende vormen hebben ons iets te zeggen over de toestand van de gezondheid en eventuele afwijkingen. In de modus “fase contrast” is onder de microscoop heel goed de schimmelbelasting te zien. Vooral de belasting met de Candida, waar tegenwoordig heel veel mensen last van blijken te hebben. Belangrijk is hier te vragen naar de behoefte of het verlangen naar zoetigheid en om het snoepgedrag na te gaan. Schimmels verbruiken namelijk suiker; via een lichamelijke behoefte vragen ze erom. Door het overschakelen naar “donkerveld” hetgeen met de microscoop van American Boiologics heel eenvoudig is, bruine, zwarte, witte of rode schimmels worden onderscheiden. De Aspergillus verschijnt in een eikenbladvorm. Bij een belasting door Candida en/of Aspergillus is een verhoogd aantal witte bloedlichaampjes te zien omdat deze zullen proberen de schimmels zo snel mogelijk onschadelijk te maken. Mensen met een verzwakt immuunsysteem hebben vaak een behoorlijke schimmelbelasting en de schimmelbelasting vermindert zodra het afweersysteem wordt geactiveerd.

Acanthocytose: een belasting door afvalstoffen (lever) doornappelachtige bloedcelllen. Wordt gezien bij vitamine E tekort. Deze heeft een anti-oxiderende werking en werkt samen met het mineraal selenium de oxidatie van cellen en celmembranen tegen.

Aggratie: samenklontering witte bloedcellen. Het is erg belangrijk om ook de bewegingen van de witte bloedlichaampjes te bekijken. Witte bloedlichaampjes kunnen door middel van pseudo-voetjes door het beeld “wandelen”. Óf het gebeurt en de snelheid waarmee, wordt beoordeeld. Dit heeft te maken met de activiteit van het immuunsysteem; bewegen de witte bloedlichaampjes zich niet, dan is de afweer op dat moment nihil. Het aantal witte bloedcellen is ook van groot belang. Door navragen kan op grond van symptomen, verder worden nagegaan of men in voldoende mate beschikt over Taurine. Bij een tekort aan Taurine vermindert de beweeglijkheid van de witte cellen. Onvoldoende Taurine kan lichtgevoeligheid van de ogen tot gevolg hebben, waardoor al snel een zonnebril wordt opgezet, maar ook de koplampen van een tegenligger in het donker kunnen als vervelend worden ervaren. Verder kan er sprake zijn van hartsensaties, krampen in de kuiten, vooral ’s nachts, en onwillekeurige trillingen van de oogleden. Omdat dit klachten zijn die bovendien allemaal verschillende oorzaken kunnen hebben en dus niet altijd te maken hebben met een tekort aan Taurine, is een goede anamnese erg belangrijk. Op gond van het aantal kernen in de witte cellen, kan een tekort aan vitamine B12 en foliumzuurtekort worden vastgesteld.

Anisocytose: ongelijkmatige bloedcellen door tekorten vitaminen en mineralen, disbalans en stress.

Clouds: vertroebeling in het bloedbeeld, mogelijk door ontstekingen, intolerantie of pathogenenbelasting.

Echinocytose: rode bloedcellen met uitsteeksels, door verzuring van lichaamsvocht en weefsels. Ontzuren is aan te bevelen dmv Base leverende voeding en evt gebruik suppletie.

Belasting door gisten en/of schimmels/parasieten: besmetting met een schimmel kan plaats vinden wanneer de darmflora en weerstand in de darm verzwakt is. Gisten en schimmels kunnen zich alleen vermeerderen in een disbiotisch darmmilieu. Het lichaam wordt belast door de toxinen die deze schimmel produceren. Bij een voedingspatroon met gember, veel verse knoflook en vette vis (olie), kokosnoot (caprylzuur), onverteerbare vezels (inuline, psyllium, kokos, appel, acaciavezels) krijgen schimmels minder kans om zich te vermenigvuldigen. Af te raden zijn geraffineerde suikers, alcohol, chocolade, tarwe, zuivel, citrusvruchten, pasta, bami, witte rijst, bonen, peulen, doperwten, zetmelen (brood bevat voor het merendeel zetmeel, dit zijn sacchariden = suiker, deze worden weer vergist in de darm (voeding voor schimmels). Ook overrijp fruit, bananen, champignons, pinda’s, schimmelkkaas en alcohol (gisting) zijn af te raden. De schimmel proberen we aan te pakken en de darmdysbiose op te heffen.

Macrocytose: een vitamine B12 tekort op cel nivo. (macrocytose: (te) grote rode bloedcellen, weinig gevuld, oorzaak meestal B12/foliumzuur tekort, B12 moet complementair gezien minimaal een waarde van 400/450 zijn. Wordt ook gezien bij event. Leverbelasting, medicijngebruik, trage schildklier.

Microcytose: IJzer (Fe) gbrek. Nodig voor transfort hemoglobine, mooie huid, ademhaling, geen obstipatie. Ferrum Vormen: IJzergluconaat, ijzerlactaat, ijzerorotaat, ijzercitraat, ijzerfumaraat, ijzerbisglycinaat. Functie: Transport van zuurstof in het bloed (hemoglobine). Ook van belang voor de celademhaling.

Poikilocytose: erytrocyten/rode bloedlichaampjes met afwijkende vorm (>2%) wordt gezien bij verzuring en/of tekorten, toxische belasting, medicatie en chemo.

Rouleaux vorming: rolvorming/verkleving van de rode bloedlichaampjes (als geldrollen). Dit kan ontstaan door een overmaat aan snelle koolhydraten (geraffineerde suikers) in combinatie met een teveel aan vetten en eiwitten uit vlees en zuivel. Dit zorgt als voor plakvorming en verzuring van het bloed. Dit heeft ook gevolg voor de witte bloedcellen, zodat de weerstand tegen micro-organismen en ziekten vermindert. Dit geldt ook voor alle andere functies van het bloed, zoals transport van voeding, zuurstof, hormonen en afvalstoffen.

Spiculen: naaldvormige fibrineachtige, dunne, stugge structuren, behoren niet aanwezig te zijn door virale/toxische belasting lever wel. de lever is erg belangrijk voor de ontgifting van afvalstoffen. Als dit niet in orde is kan of lever fase 1 of lever fase 2 niet goed gaan.

Spirocheten: dit kan op een borreliainfectie duiden

Te weinig cytoplasmatische activiteit (immuunsysteem): vloeistof waarin alle lichaamscellen liggen, voedingsstoffen worden hierin opgelost voor opname. Ontzuren aan te raden dmv toevoegen van base-voeding en suppletie.

Vrije radicaalschade: belasting door oxidanten, afvalstoffen en/of darmdisbalans. Oxidatieve stress kan onder andere ontstaan door lichaamseigen toxinen (bv door belasting met schimmels, parasieten of met een bacterie, roken, medicijngebruik, overmatig alcoholgebruik, te lange blootstelling aan de zon, intensief sporten of overgewicht. De cellen in het lichaam moeten als gevolg van oxidatieve stress meer energie gaan gebruiken om het celmembraan in goede staat te houden. Je kunt je nog gezond voelen terwijl je weerstand verminderd is. Pas er een beroep wordt gedaan op je afweersysteem merk je dat je minder weerstand hebt tegen verkoudheid of griep Anti-oxidanten kmen voor in voedingsmddelen zoals: blauwe bessen, frambozen, aardbeien, broccoli, citrusvruchten, knoflook, tomaten en groene thee. Vitamine E en C dragen in grote maten bij aan bescherming vrije radicalen.

Stralingbelasting: denk aan veel achter laptop, telefoon, lampen, spelcomputers, radiowekkers, dekens, werkapparatuur. Zorg altijd voor goede tegenhangers als antioxidanten. (selenium- s-acetyl-glutathion)


Vitamines en mineralen: zie apart werkblad

Methylatie

Andere gifstoffen binden zich met koolstofverbindingen, methylgroepen genaamd (dit heet methylatie). Lood en arsenicum, maar ook hormonen worden op deze manier ontgift.


Vetzuren

Meervoudige onverzadigde vetzuren

Ons lichaam heeft deze omega-3-vetzuren en de omega-6-vetzuren hard nodig voor de opbouw van vethoudende structuren, denk hierbij aan de hersenen, de myelineschede, de celmembranen en de huid. Omega 3-vetzuren gaan ontstekingen tegen, terwijl omega 6-vetzuren de

ontstekingen bevorderen. Een juiste balans van deze vetzuren is van belang voor een goed

functioneren van het zenuwstelsel, de afweer en de immuniteit. Een optimale balans tussen omega-3- en omega-6-vetzuren is 1 : 3-4. Jammer genoeg krijgen we ongemerkt veel te veel omega-6-vetzuren in de vorm van linolzuur binnen.


Hormonen

Totale stressbalans

Wat gebeurt er nu concreet? Zodra onze hersenen een mogelijke bedreiging registreren (dat gebeurt in de amygdala, een amandelvormige structuur in de hersenen) slaat het hele organisme alarm. Stresshormonen (adrenaline en noradrenaline) worden ogenblikkelijk afgescheiden door het bijniermerg. Hierdoor versnelt je hartritme, nodig om bloed naar je spieren te pompen; je ademhaling wordt eveneens sneller en oppervlakkiger, want je spieren kunnen de zuurstof goed gebruiken; je huidbloedvaatjes trekken samen om geen bloed te verspillen –vandaar dat je wit wegtrekt en koude handen hebt als je onder stress staat; je bloed wordt ook dikker, om minder snel dood te bloeden bij een knauw van die hongerige tijger; de zweetafscheiding neemt toe, een uitstekende remedie om tijdens het vechten of vluchten niet oververhit te raken, enzovoort.

Na de alarmfase komt er een tweede stressfysiologisch systeem op gang, waarbij ditmaal de bijnierschors nauw betrokken is. Het cruciale hormoon dat nu wordt afgescheiden is cortisol (vergelijkbaar met het medicijn cortisone). De voornaamste rol van cortisol is ervoor te zorgen dat je op langere termijn het hoofd kunt bieden aan de bedreigende situatie, onder meer door de bloedsuikerspiegel te verhogen. Die brandstof heb je immers broodnodig. Eén van de ingrijpende gevolgen van de cortisolproductie is ook de onderdrukking van de activiteit van het immuunsysteem, dat via ontstekingsprocessen weerstand biedt tegen lichaamsvreemde stoffen en ook kankercellen bestrijdt. Dat gebeurt niet zonder reden; wanneer je alle energie nodig hebt om te vechten of vluchten, kunnen herstelprocessen, zoals ontstekingsreacties die de wondgenezing bevorderen, of verdedigingsprocessen op de lange termijn, bijvoorbeeld tegen tumoren, wel even wachten Dit tweede systeem komt vooral in werking wanneer je niet kiest of niet kunt kiezen tussen vechten of vluchten maar wanneer je bijvoorbeeld verlamd bent van angst. Of je merkt niet direct dat je je in een onveilige situatie bevindt. Of wie kent niet die houding van ‘dat kan ik wel aan, zo stressgevoelig ben ik niet’ en vervolgens ontken je de stresssituatie waarin je verzeild bent geraakt. Je bent dus als het ware niet in staat om de effecten van een mogelijke bedreiging weg te nemen; er rest je dan weinig anders dan je te schikken en aan te passen.

Oestrogeendominantie/progesterondeficiëntie

Oestrogeendominantie duidt op een verstoorde balans tussen de vrouwelijke hormonen oestrogeen en progesteron. In verhouding is er teveel werking van oestrogeen ten opzichte van progesteron.

Oestrogeen en progesteron worden in de vruchtbare jaren vooral aangemaakt in de eierstokken (oestradiol). Daarnaast kan oestrogeen ook in de bijnieren (oestradiol), de placenta (estriol) en het vetweefsel (oestron) aangemaakt worden en progesteron alleen in de bijnieren en de placenta. In de cyclus wordt progesteron vooral na de eisprong aangemaakt als het gele lichaam ontstaat in de eierstok.

Functie oestrogeen:

Groei baarmoederslijmvliesGroeifactorVerbeteren collageen en vochtbalans in de huidVrijgeven van serotonineRemming osteoclastenGeheugen, concentratie, verstandLibido, seksualiteitVrouwelijke kenmerkenVasodilatatie, verlaagt bloeddruk.

Functie progesteron:

Rijpen baarmoederslijmvlies 2e helft cyclusApoptoseInnesteling eicel in baarmoederslijmvliesOnderdrukken immuunsysteemAanmaak osteoblastenStimuleert dejodinase (T4àT3)KalmerendOntspant spierenVerhoogt ochtendtemperatuur.

Je ziet al dat sommige functies van oestrogeen en progesteron tegengesteld zijn aan elkaar (antagonisten) en een goede balans tussen de twee hormonen cruciaal kan zijn.

Nb. Soms wordt over de balans tussen oestrogeen en testosteron gesproken bij oestrogeendominantie, maar dit is onjuist. Ook dit zijn belangrijke hormonen met soms een tegengestelde functies, maar dit is geen oestrogeendominantie.



Oorzaken en gevolgen. (check ook de hormoonchecklist)


Oestrogeendominantie kan een rol spelen bij allerlei vrouwelijke hor­moonklachten zoals:

pijnlijke borstenvetopslag op de benenendometriosePMScysten in borsten (mastopathie, mastodynie)hevige menstruaties en bloedverlies na menopauzehormonale migrainecysten in eierstokkenlipoedeemvleesbomen (myomen)poliepenvetverdeling meer op benen en billenafwijkende uitstrijkjes.

Ook uitgroei van hormoongevoelige vormen van kanker zoals in de baarmoeder, de eierstokken en borsten worden waarschijnlijk gesti­muleerd door oestrogeendomi­nantie.


Voor een optimale gezondheid en een klachtenvrij leven is het van belang dat oestrogeen en progesteron in een juiste verhou­ding in ons lichaam aanwezig zijn. Helaas is dat evenwicht bij veel vrouwen verstoord.

De werking van oestrogeen is dan te sterk ten opzichte van de werking van progesteron. Dit kan betekenen dat er te veel oestrogeenwerking is, of juist dat er te weinig proges­teronwerking is, of beide.Ook een verstoorde afbraak van oestroge­nen kan oestrogeendominantie in de hand werken. Oestrogeendominantie wordt verergerd als de afbraak van oestrogenen niet op de juiste manier verloopt: Als de werking van oestrogenen niet meer nodig is, worden ze afgebroken in de lever.



Oestrogeen kan in de lever omgezet worden in drie soorten oestron: 2-OH, 4-OH, en 16-OH oestron. Deze vormen van oestrogeen worden uitgeplast of ze verlaten het lichaam via de ontlasting. Maar voordat deze hormonen het lichaam verlaten, kunnen ze nog wel hun werk doen. Ze hebben dezelfde werking als oestrogeen, maar zijn verschillend in hun sterkte en de plaats en situatie waarin ze werkzaam zijn:

2-OH oestron is een zwak werkzaam oestrogeen.4-OH oestron werkt iets sterker en heeft een voorkeur voor de receptoren in borstklieren. Een te veel aan dit oestrogeen kan zorgen voor gevoelige borsten, en dit ontstaat vaak in de laatste helft van de cyclus (in de dagen vlak voor de menstruatie).16-OH oestron is een hormoon dat heel sterk werkt. Dit hormoon maken vrouwen vooral in grote hoeveelheden als ze zwanger zijn.

2-OH en 16-OH oestron moeten in de juiste verhouding tot elkaar in het lichaam zijn. Als deze verhouding verstoord raakt, kan dit tot allerlei klachten leiden zoals PMS en menstruele migraine. Normaal gesproken moeten vrou­wen minstens dubbel zoveel 2-OH oestron maken als 16-OH oestron. Als die verhouding niet meer klopt, of als er zelfs meer 16-OH oestron dan 2-OH oes­tron wordt gemaakt draagt dit bij aan oestrogeendominantie. Het gaat dus niet alleen om de aanmaak van oestrogenen maar ook om de afbraak.

Kort door de bocht kun je dus zeggen dat oestrogeendominantie gaat over de verhouding tussen oestrogeen + 4-OH oestron +16-OH oestron ten opzichte van progesteron. Zo had dokter Lee het in zijn boek vooral over een tekort aan progesteron dat opgelost kon worden met bio-identieke progesterongel (die hij zelf verkocht).

Er zijn oorzaken waarbij de progesteronaanmaak beduidend lager is waarbij er dus een tekort aan progesteron aan de basis van oestrogeendominantie ligt. Dit is bijvoorbeeld het geval als er geen eisprong is (en dus geen geel lichaam ontstaat) zoals na de overgang maar ook soms bij PCOS (onregelmatige cyclus en moeilijk zwanger worden). Na de overgang is er dus meestal nog steeds sprake van oestrogeendominantie. Daarnaast zien we ook vaak dat het probleem niet ligt bij een tekort aan progesteron maar vooral bij teveel afbraak van oestrogenen volgens de 4-OH en de 16-OH route.


Neurotransmitters

Dopamine

Deze neurotransmitters is verantwoordelijk voor o.a. motivatie, concentratie, wilskracht, focus en besluitvaardigheid.

Dopamine, het motivatiestofje, wordt afgegeven op het moment dat je een beloning verdient. Jij hebt gesport en dan komt er dopamine vrij die zegt: “Goed gedaan lichaam!” Je gaat met een voldaan gevoel op de bank zitten en bent tevreden. Als je dopamine niet goed werkt voel je deze beloning niet. Dit is ook het gevaar voor een verslaving. Iedereen wilt namelijk een belonend gevoel hebben en als je lichaam dit niet geeft heb je soms andere stofjes nodig. Denk aan suiker, cafeïne, drugs, alcohol, extreem sporten en ook overmatig behoefte aan seks. Jammer genoeg werken deze stofjes maar even en de behoefte begint weer overnieuw. Dopamine is dus de neurotransmitter die er voor zorgt dat we plezier en beloning ervaren. Het zorgt ervoor dat wij kunnen denken, concentreren, geheugen (mag ik een potje dopamine please), gezonde assertiviteit (dus dat je geen muisje bent en ook geen pitbull) dat we beslissingen kunnen nemen, gemotiveerd zijn en dat we kunnen genieten van intimiteit.

Serotonine

Deze neurotransmitter regelt je alledaagse behoeften zoals slaap, je eetlust, je temperatuur en je stemmingen.

Dan hebben we serotonine. Dit is een bekende omdat deze vaak in een antidepressiva zit. Ook is het de voorloper op melatonine. (inslapen). Serotonine zorgt voor een relax gevoel, tevredenheid en dat je stemming hoort te zijn bij de situatie. Daarbij zorgt het voor een goed bezoekje op de toilet. Dus als je heel moeilijk naar de toilet kan, is dit wellicht een puntje om naar te kijken. Daarnaast zorgt serotonine dat je pijngrens onder controle blijft. Vaak zien wij bij mensen met bepaalde aandoeningen als migraine, gewrichtspijnen, slaapproblemen, angst en darmklachten ook een laag serotoninelevel.

Gaba

Deze neurotransmitter is verantwoordelijk voor geduld en helpt tegen stress, afleiding en prikkelvoeligheid.

Mensen met een tekort aan gaba zijn constant een blok beton. Al hun spieren zitten vast. Daarnaast maken de hersenen overuren, worden gek van elke geluidje om je heen (HSP klachten), lijken een stuiterbal (of tewel ADHD) en ligt perfectionisme op de loer. O ja, en niet onbelangrijk een chaoot. Wel willen maar soms echt de huissleutel voor hun neus kwijt zijn. Net als serotonine met gaba de uitknop zijn. Maar ja als de knop dus kapot is of even niet weet welke kant hij op moet, dan blijft het door boven letterlijk ratelen. Dus soms kan een kind er niks aan doen dat hij rondjes blijft rennen. En soms kun je je gedachten niet letterlijk uit zetten. Dat is ook zo bekend dat je echt zo moe bent maar niet kunt slapen. Herken je ook je houten plank gevoel met sporten, koude handen en hartkloppingen? Wellicht kun je eens aan gaba denken.

Acethylcholine

Deze neurotransmitter is verantwoordelijk voor leer- en inlevingsvermogen, je creativiteit en je reactie- en handelsnelheid.

De kunstenaar neurotransmitter. Ze zijn super creatief! Dit betekent dus niet als je niet kunt tekenen, dat je slecht in je acethylcholine zit. Maar vaak zijn deze mensen mooie idealistische dagdromers. Maar die ondertussen heel veel informatie oppikken en alert zijn. Acetylcholine geeft het brein zijn snelheid en reactievermogen, het helpt het geheugen en de concentratie. Het maakt dat we creatief zijn. Kenmerken bij een tekort aan acetylcholine zijn vergeetachtigheid, aandachtsproblemen, moeilijkheden bij het onthouden van nieuwe informatie en verminderde alertheid. Acetylcholine is verantwoordelijk voor je vermogen om te leren, concentreren, redeneren en je geheugen in het algemeen. Als je weinig focus hebt, moeite hebt om dingen te herinneren, onderbrekingen in je slaap of niet op de juiste woorden komt kun je wel eens een tekort hebben aan acetylcholine.


Stressparameters

Parasympatisch en sympatisch systeem

Het sympatische zenuwstelsel werkt als een gaspedaal in de auto: het schakelt de “vecht-of-vlucht” reactie aan, waardoor het lichaam de energie krijgt om met de bedreiging om te kunnen gaan. Het parasympatische zenuwstelsel is de rem: het maant tot kalmte en helpt het lichaam weer in rust te komen als het gevaar geweken is.

Oxytocinedeficiëntie

Vijf procent van de mensen maakt geen oxytocine vrij na een stimulus, bijvoorbeeld knuffelen. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Er kan bijvoorbeeld in het verleden sprake zijn geweest van seksueel misbruik. Er is nu een negatieve koppeling tussen aanraking en ontspanning, want aanraking is door deze negatieve ervaring aan stress gekoppeld. Ongeveer de helft van seksueel misbruikte vrouwen maakt geen oxytocine vrij na lichamelijke aanraking. Stress kan ook – net als een te hoog testosteronniveau – de aanmaak van oxytocine remmen.

Een tekort aan oxytocine wordt in verband gebracht met verschillende klachten. Zo zijn lage oxytocinewaarden vastgesteld bij mensen met fibromyalgie, depressie, autisme, chronische stress, CVS, MS en Parkinson.

Bij een tekort aan oxytocine worden allerlei processen verstoord. Vooral een tekort op jonge leeftijd heeft grote gevolgen, want oxytocine is essentieel voor de ontwikkeling van de hersenen. Voldoende oxytocine door veelvuldig knuffelen en huid-op-huid-contact zorgt voor een gevoel van veiligheid en zekerheid waardoor het kind zich beter kan ontwikkelen.


Darmparameters

Exorfinebelasting:

Normaliter worden exorfinen afgebroken door DPP-IV in de darm, hersenen en organen. Bij onvoldoende afbraak ontstaat er een disbalans van insuline, dopamine en endorfine. Ze verhogen het stresshormooon (cortisol) en verlagen de weerstand tegen (schimmels/parasieten)infecties.

Darmflora:

Het darmkanaal loopt van je mond tot aan je kont. En is verantwoordelijk voor het reguleren van het verkeer tussen de omgeving en het lichaam (binnen- en buitenwereld). Dit noemen we de barrière.

De flora leeft op het darmslijmvlies. Daarom is de conditie van dit slijmvlies ook zeer belangrijk. De flora doet zijn werk het best in een goed milieu (goede omstandigheden). Je darmen bevatten een eigen immuunsysteem. Als er iets het lichaam binnenkomt en jij hebt daar last van, denk aan hooikoorts, dan gaat er ergens in de afweer iets mis. Want met gezonde darmen heb je geen last van de pollen.

Als het immuunsysteem overal brandjes moet blussen omdat er steeds iets het lichaam binnen komt wat er niet hoort, dan uit zich dat in allergische reacties. Het lichaam gaat steeds meer antistoffen maken tegen verschillende stoffen. Kinderen die chronisch verkouden zijn bijvoorbeeld, die hebben continu van dat dikke snot. Dat is ontstekingssnot en een teken dat het immuunsysteem aan het werk is. Dat kost veel energie en is ook een teken dat de darmen niet in orde zijn. Deze klachten noemen we barrière problemen.

Slijmvliezen zijn je barrière

Tachtig procent van de lichaamsbarrières bestaan uit slijmvliezen en zitten in je darm. De overige 20% in andere slijmvliezen zoals die van de huid, KNO, gewrichtsvloeistof, bloed/hersenbarrière, gastronomisch stelsel en genitaliën. Op het slijmvlies leven de bacteriën. Denk bij het slijmvlies aan de binnenkant van je wang, voor een parasiet is dat in veel gevallen een onoverwinnelijk obstakel. Het slijm bevat speciale hechtmoleculen, natuurlijke antibiotica, bacteriën en immunoglobulinen om parasieten en andere toxische stoffen buiten te houden. Immunoglobulinen zijn eiwitten van het immuunsysteem, de verdedigers van het lichaam. Er moet heel wat gebeuren wil een schadelijke stof binnen kunnen dringen.

Het darmslijmvlies regelt de weerstand van alle slijmvliezen. Dus in de neus, de longen, de huid. Tachtig procent van de immuun activiteit vindt plaats in de darmen. Als er iets door deze barrière heen komt wat er niet thuis hoort geeft dat klachten. Mensen met slechte darmen hebben vaak last van verkoudheid, snurken, astma, eczeem en noem het maar op. Dit noemen we barrière aandoeningen. Het slijmvlies is opgebouwd met cellen en deze bestaan uit eiwitten, aminozuren. Bij het herstel van de darm begin ik ook altijd met het herstellen van het darmslijmvlies. En als het slijmvlies in orde is dan ga je de flora goed opbouwen. Waarbij je soms begint met de bifidus infantis.

Lymfeblokkade

Opgezette lymfeklieren duiden er meestal op dat je ergens een infectie of ontsteking hebt. Je lymfeklieren zijn dan extra hard aan het werk om afvalstoffen af te voeren.

Belasting door gisten en/of schimmels/parasieten: besmetting met een schimmel kan plaats vinden wanneer de darmflora en weerstand in de darm verzwakt is. Gisten en schimmels kunnen zich alleen vermeerderen in een disbiotisch darmmilieu. Het lichaam wordt belast door de toxinen die deze schimmel produceren. Bij een voedingspatroon met gember, veel verse knoflook en vette vis (olie), kokosnoot (caprylzuur), onverteerbare vezels (inuline, psyllium, kokos, appel, acaciavezels) krijgen schimmels minder kans om zich te vermenigvuldigen. Af te raden zijn geraffineerde suikers, alcohol, chocolade, tarwe, zuivel, citrusvruchten, pasta, bami, witte rijst, bonen, peulen, doperwten, zetmelen (brood bevat voor het merendeel zetmeel, dit zijn sacchariden = suiker, deze worden weer vergist in de darm (voeding voor schimmels). Ook overrijp fruit, bananen, champignons, pinda’s, schimmelkkaas en alcohol (gisting) zijn af te raden. De schimmel proberen we aan te pakken en de darmdysbiose op te heffen.


Blokkades

Blokkade pancreas: Pancreas heeft twee functies. Exocrien: belangrijk voor de voedsel en vetvertering. Endocrien belangrijk voor aanmaak allerlei hormonen (insuline). Milt heeft sterke relatie met de pancreas. Bij disfunctie zien we klachten als diabetes en hypoglycaemie. Vaak zie je dit ook door slechte voeding. Klachten zoals veel dorst, niet kunnen vasthouden van vocht (dus veel naar toilet), licht gevoelig in hoofd zijn symptomen. Het is noodzaak om zowel de enzymproductie als insuline goed op peil te krijgen.

Dikke darm: onze darmen vormen een van de grote afvoerkanalen voor afvalstoffen. Constipatie betekent hardlijvigheid, veel afval en vaak serotoninetekort. Dit zullen we nader moeten onderzoeken als dit speelt.


Intoleranties

Intolerantie voor koemelk, suiker en gluten: deze stoffen beschadigen ook het microbioom en zijn belastend voor de lever.

Contact:

Anka Mertens 

06- 39 58 79 44

Ankamertens@outlook.com

Crown businesscenter

Ericssonstraat 2

5121 ML Rijen

  • Black Facebook Icon
  • Black Instagram Icon
Handige links:

Aangesloten bij:

© 2019-2020 Anka Mertens | Webdesign: Ingrid Vreijsen | Fotografie: MOODZ Design & Jacomijn Dijkers